ENQUÊTE OVR OVER VOORBEREIDING OP GROTE (BEVINGS)RAMP januari 2019


Inleiding
De gaswinning in Groningen heeft gevolgen voor de veiligheid van de inwoners. Groningers lopen door de gaswinning een hoger risico op overlijden dan andere Nederlanders. Versterking van huizen zou aan deze "tijdelijke" risicoverhoging een einde moeten maken. Deze versterking is echter nog maar nauwelijks op gang gekomen, terwijl de winning voort gaat. Aan de kant van "veiligheid", die volgens minister Wiebes voorop staat, is erg weinig geregeld.
De OVR meent te kunnen constateren, dat het er slecht voor staat met voorbereidingen op verschillende rampscenario's. De regio, bestuurders en hulpdiensten, maar zeker de inwoners, lijken onvoldoende te zijn voorbereid op de gevolgen van een zware beving. Bewustwording van de gevaren en een goede voorbereiding hierop moeten meer aandacht krijgen. Ook op andere gebieden (bv Tankenpark Farmsum) lijkt de veiligheid onvoldoende belicht.
Bij een grote ramp zijn de eerste uren meestal het belangrijkst. Het eerste uur van een ramp is cruciaal in de hulpverlening. Omdat er in Noord Groningen (relatief) weinig mensen wonen en de afstanden vrij groot zijn, zullen hulpdiensten bij een grote ramp in het begin afwezig zijn. De bewoners/slachtoffers zijn op zichzelf aangewezen.
De OVR heeft een oriënterende enquête via Twitter en Facebook verspreid om een idee te krijgen van de voorbereidingen door de inwoners op een zware aardbeving (>4,5 Richter). Tevens is hierin gevraagd, wat de inwoners denken zelf te kunnen doen, wat ze aan hulp verwachten en van wie ze die hulp verwachten. Hieronder zijn de voorlopige resultaten weergegeven en voorzichtige conclusies getrokken.

Methode
De bedoeling van de enquête was een indruk te krijgen van de respons onder de volgers van het Twitteraccount en de Facebookpagina van de OVR. In Groningen worden al heel veel vragenlijsten geproduceerd. Natuurlijk wilde de OVR vooral een idee krijgen in hoeverre de respondenten voorbereid zijn op een zware ramp, over hun ideeën over oplossingen en wie voor die oplossingen moet zorgen. Hiervoor is een enquête met open vragen van Survio.com opgesteld.
Vragen:
1 Bent u voorbereid op een beving >4,5?
2 Hoe bent u voorbereid?
3 Wat is er volgens u het eerste uur nodig?
4 Wie vindt u moet dit organiseren?
5 Wat kunt u doen?
6 Bent u bereid mee te helpen?
7 Aanvullingen en opmerkingen
8 Woonplaats
9 wilt u verder op de hoogte worden gehouden?

Resultaten
In totaal is de enquête 69 keer ingevuld. Omdat niet iedereen op elke vraag antwoord heeft gegeven wisselt het aantal antwoorden per vraag.
Als antwoord op de vraag 1, of men voorbereid is op een zware beving antwoordt 78% van de deelnemers "Nee", 4% is gedeeltelijk voorbereid en 9% zegt wel voorbereid te zijn. Ook 9% zegt geen idee te hebben of men voorbereid is (n=69). Uit bijgevoegde opmerkingen komt veelvuldig de opmerking, dat men geen idee heeft, hoe zich voor te bereiden.
Het antwoord op vraag 2, hoe men voorbereid is, antwoordt 72% van de gevallen "Niet". 17% heeft zich min of meer voorbereid, uiteenlopend van een zaklantaarn tot rugzak met alle noodzakelijke spullen. Verder zegt 6% mentaal voorbereid te zijn en voor 3% is voorbereiding niet van toepassing vanwege een bevingsbestendige woning. Voorbereidingen bestaan uit het op voorraad hebben van zaklantaarns, batterijen, verbandmiddelen, kaarsen en water. Eén respondent gaf aan te beschikken over een noodshelter met radio, dekens, water en eten. Bijna 1 op de 10 geeft aan niet te weten, hoe men zich zou moeten voorbereiden (n=65).
Bij vraag 3, wat is er het eerste uur nodig, waren de antwoorden (n=68) vooral praktisch: water, dekens, medicatie, eten, zaklantaarns, kaarsen, kleding. Maar ook bijvoorbeeld communicatieapparatuur ((satelliet)telefoon, radio (met zendfunctie)), zonnepaneeltjes, tenten en zwaar (graaf)materiaal. En gezond verstand, daadkracht, veel geluk en saamhorigheid worden genoemd.
Vraag 4, wie de voorbereiding op een eventuele ramp zou moeten organiseren is het meest gegeven antwoord (75%) "de overheid", in de vorm van regering, overheid, provincie, gemeente of Veiligheidsregio Groningen, al dan niet in combinatie met "het dorp" of bewoners. Hierbij geeft bijna een kwart van de respondenten aan geen of weinig vertrouwen te hebben in de overheid. Bijna 20% geeft aan, dat bewoners het al dan niet gezamenlijk moeten organiseren.
Op vraag 5, wat men zelf kan doen, is het antwoord, zoals te verwachten bij zo'n open vraag, heel erg divers. "Niets doen", "niet in paniek raken", "ondersteunen" en "bewust maken", tot "uitzoeken", "regelen" en "protesteren" en zelfs "liefst verhuizen".
Vraag 6, of men bereid is mee te helpen, is het antwoord in 60% van de gevallen "Ja", 18% antwoordt "Nee" en 22% weet het (nog) niet (n=67). Zowel de ja-stemmers als de nee-stemmers verbinden in een gering aantal gevallen een voorwaarde aan het (niet) meedoen.
Bij de aanvullingen en opmerkingen (vraag 7) heeft 39% geen opmerkingen. Verder wordt vaak genoemd, dat er "aktie" moet komen, of "we moeten het zelf doen" en worden er zinvolle suggesties gedaan.
Uit de plaatsnamen, die bij vraag 8 worden ingevuld blijkt er een grote verspreiding over het hele gaswinningsgebied te zijn.
Meer dan de helft van de invullers geeft aan graag verder op de hoogte te willen worden gehouden.



Conclusies

Er zijn niet veel mensen voorbereid op een grote (aardbevings)ramp. Veel mensen geven aan, hier wel over nagedacht te hebben. Ze hebben echter geen idee, wat ze moeten doen. Degenen, die zich wel voorbereid hebben, hebben dit op eigen houtje gedaan en enkel voor zichzelf/gezin.
De ideeën over wat er nodig is gaan vooral over de praktische zaken als verbandmiddelen, water, voedsel, dekens en kleding. Weliswaar wordt er van de overheid verwacht, dat die hier initiatief zou tonen, maar er wordt vaak aangegeven, dat er weinig daadkracht verwacht wordt van de kant van de overheid/gemeente.
Hierop sluit aan, dat een deel van de antwoorden aangeeft, dat er meer ondersteuning moet worden gegeven aan bewoners en dat er een bewustmakingsproces plaats moet vinden. Veel mensen geven aan niet te weten, wat ze kunnen doen, of hoe ze iets zouden moeten doen. Dat 60% bereid is mee te helpen is positief, maar zou veel hoger kunnen zijn. Wellicht is het teleurstelling in de overheid, dat 18% aangeeft niet mee te willen helpen. Het onderzoek is voor harde conclusies echter te kleinschalig.
Het is aan te nemen, dat de groep mensen, die de enquête heeft ingevuld, niet representatief is voor alle bewoners. De OVR gaat er in ieder geval van uit, dat het overgrote deel van de inwoners van het gaswinningsgebied zich niet of nauwelijks voorbereid hebben op een grote ramp. Tegelijk blijkt wel degelijk, dat de behoefte aan die voorbereiding wel aanwezig en nodig is. Hierin lijkt aansturing noodzakelijk. Gezien het gebrek aan vertrouwen in de overheid (wat ook weer uit deze enquête blijkt) is de overheid misschien niet de instantie, die zich hier voor in moet zetten. Ondersteuning op (zeer) lokaal niveau (dorpshuis/vrijwilligers) lijkt de OVR een goede mogelijkheid.
Verder is bijna geen enkele respondent ingegaan op de overstijgende schaal van een echt grote ramp. Bij een grote ramp is communicatie zeer belangrijk. Waar is hulp nodig, welke hulp is nodig, wie kan hulp verlenen. Ook het inzetten van groot materieel (graafmachines e.d.) is een zaak van samenwerken, evenals het inrichten van noodhulpposten en dergelijke. Hier zou per dorp, wijk, streekje een globaal plan voor opgesteld kunnen worden. Een taak voor het dorpshuis/coöperatie? Wel is hier zeker aansturing van bovenaf nodig. Voor zaken als EHBO-kisten en communicatiemiddelen zal er financiële ondersteuning moeten zijn. Gezien de toonzetting van de antwoorden uit de enquête stelt de OVR met nadruk, dat hierin de regio en de bewoners zelf aan moeten geven, wat er aan steun gewenst is.
Het doel van de enquête was inzicht te krijgen in de mate, waarin de regio voorbereid is op een grote ramp. Die voorbereiding lijkt zeer matig te zijn. Hier valt veel werk te verzetten om de gevolgen van een dergelijke ramp, vooral in de beginfase, zo klein mogelijk te houden.
Met de suggesties uit de enquête zal de OVR verder aan de slag gaan. Voor een ieder, die de enquête heeft ingevuld: DANK.